46-jarige vrouw met fibromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom en depressie

We spreken met een 46 jarige moeder over haar 8-jarige, hoogbegaafde dochter.  Het ging een heel stuk beter nu ze op voltijds hoogbegaafdheidsonderwijs zat. Eerder had het meisje het helemaal niet naar haar zin op school, en er waren veel zorgen geweest om haar. Het hoogbegaafdheidsonderwijs paste veel beter, ze kwam weer tot leren en haar zelfbeeld verbeterde.

Een positief en luchtig gesprek was het, maar mevrouw leek wat gespannen te zijn. Toen kwam het hoge woord eruit: “Zou ik zelf ook hoogbegaafd kunnen zijn?”. Als ik ouders spreek nadat hoogbegaafdheid is vastgesteld vraag ik hen altijd of zij het ook bij henzelf herkennen. In de jeugd van deze generatie was immers nog weinig aandacht voor hoogbegaafdheid. Deze ouders hadden aanvankelijk gezegd het bij vader, maar niet bij moeder te herkennen. Maar inmiddels een stapel boeken en wat tijd om te verwerken verder hield het onderwerp deze vrouw bezig.

Zij had als kind aanvankelijk best goed kunnen leren, maar was het plezier in leren al snel kwijtgeraakt op het VWO. Aangezien ze veel meer plezier had in haar hobby’s stroomde ze af naar de HAVO, deed nauwelijks meer huiswerk de rest van haar schoolloopbaan en stortte zich op haar vele creatieve hobby’s. Sociale contacten zocht ze buiten school, op school had ze geen aansluiting en voelde ze zich eenzaam. Haar ouderlijk gezin bestond uit haar ouders, die beiden veel werkten en daar plezier uit haalden, en haar jongere zus, die veel tijd besteedde aan haar schoolwerk en het belangrijk vond om mooie cijfers te halen. Haar vrienden waren intelligente, breed geïnteresseerde mensen, die na de middelbare school allemaal elders gingen studeren. Zijzelf ging naar de PABO, maar voelde zich er niet thuis. Het contact met haar vrienden verwaterde en ze voelde zich ontzettend eenzaam. Haar klasgenoten waren vriendelijk, maar hielden zich in haar ogen met oppervlakkige zaken bezig. Zij maakte zich vaak zorgen, om de wereld, om de kwaliteit van het onderwijs, over de beperkte invloed die je als leerkracht op leerlingen had.

Steeds vaker voelde ze zich ziek, haar lichaam deed pijn, ze had geen energie en kwam na een dag onderwijs uitgeblust thuis. Door het verlies van haar sociale netwerk was er buiten de PABO ook geen afleiding, geen goed gesprek, geen plezier. Via de huisarts kwam ze bij verschillende medisch specialisten voor haar lichamelijke klachten. De diagnoses fibromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom en uiteindelijk depressie werden gesteld. Ze had een aantal gesprekken in de eerste lijn en een aantal jaren een SSRI gebruikt. Dit bracht geen verbetering.

Haar situatie veranderde toen ze haar man leerde kennen. ‘Haar redding’, vertelt ze, omdat ze zich serieus afvraagt of ze er nog zou zijn geweest zonder hem. In die tijd was ze depressief en had last van suïcidale gedachten, maar toch herkende ze een zielsverwant in hem. Met deze intelligente, gevoelige man kon ze uren praten over al haar gedachten, ze kreeg energie van het contact en bloeide op. In zijn vrienden vond ze een nieuw sociaal netwerk van gelijkgestemde mensen.

De PABO maakte ze niet af. Ze trouwden, en ze had tijdelijk baantjes, maar kon niets vinden wat bij haar paste. Als moeder van een jong gezin had ze genoeg te doen, maar vermoeidheidsklachten bleven wisselend aanwezig en voortdurend knaagde er iets in haar dat zei dat ze zo graag meer met haar leven zou willen.

Als er zich een nieuwe hobby aandeed, of ze had een onderwerp waar ze zich in interesseerde kon ze wel een tijdlang veel energie hebben en zich er helemaal in storten.

Nu ze zoveel gelezen en gedacht had over haar dochter werd haar duidelijk dat het wel een heleboel zou verklaren als ze hoogbegaafd zou blijken te zijn. Haar schoolloopbaan, moeite met het vinden van passende contacten, ze herkende zichzelf in haar dochter. Het zou ook kunnen verklaren waarom ze zo moe kon zijn van de dagelijkse sleur en oppervlakkige contacten en zo energiek van dingen die haar interesseerden.

Ze besloot om de toelatingstest bij Mensa te doen, omdat ze er op hoopte gelijk ook meer contacten te vinden. Vier maanden later kreeg ik een mailtje; ze was toegelaten bij Mensa, en wilde zich gaan oriënteren op een opleiding. Weten dat ze hoogbegaafd was maakte dat ze anders naar zichzelf was gaan kijken. Ze was niet langer zichzelf uitsluitend aan het beschermen tegen overprikkeling, maar was actief op zoek naar dingen die haar energie gaven. Met haar vermoeidheidsklachten en zelftwijfel ging het een stuk beter.

Word donateur!

Het Kennisnetwerk kent deelnemende instellingen en donateurs.

Met het opzetten en uitbouwen van dit kennisnetwerk zijn verschillende kosten gemoeid. Daarnaast willen we investeren in het specifiek aanbod binnen deze website en in wetenschappelijk onderzoek naar psychiatrie en hoogbegaafdheid.

Wilt u dit kennisnetwerk financiëel steunen, dan kunt u dit kenbaar maken via info@kennisnetwerkphb.nl.