HB in de Psychiatrie

Hoogbegaafdheid kan enerzijds worden uitgedrukt in bijzondere capaciteiten, waaronder een IQ hoger dan 130 (NB het betrouwbaarheidsinterval is hierin leidend), met daarnaast andere mogelijke vormen van uitzonderlijke talenten. Anderzijds zijn er de vele mogelijke ‘endogene kenmerken’ van hoogbegaafdheid: cognitieve, persoonlijkheids- en gedragskenmerken die vaak voorkomen bij hoogbegaafdheid. Afgaand op het IQ is zo’n 2,5% van de algemene bevolking hoogbegaafd.

Over hoogbegaafdheid is er steeds meer bewijs vanuit neurowetenschappelijk onderzoek dat het hoogbegaafde brein significant anders is qua morfologie, functionaliteit, structuur, interne netwerken en verwerkingssnelheid. Dit heeft gevolgen voor de sensorische verwerking, het sociale functioneren, de emotieregulatie, de geheugenfuncties en de mate van cognitief ingesteld zijn. Al deze verschillen maken dat een hoogbegaafde zich vaak ‘anders’ voelt dan anderen in de omgeving. Deze ‘mismatch’ wordt versterkt als het onderwijsaanbod of het werkniveau niet aansluit bij de cognitieve capaciteiten.
Het ‘anders voelen’ leidt geregeld tot het zich aanpassen aan de omgeving, in een poging om aansluiting te vinden. Het gevolg is echter dat een (belangrijk) deel van de eigen vaardigheden en persoonlijke kenmerken niet optimaal tot hun recht komt. Dit kan o.a. leiden tot secundaire depressieve symptomen, angstklachten, traumagerelateerde klachten en problemen in de persoonlijkheidsontwikkeling.

Hoogbegaafdheid op zich lijkt geen grotere kans te geven op psychiatrische problematiek in zijn algemeenheid, hoewel er mogelijk een groter risico bestaat op existentiële depressie, obsessieve-compulsieve stoornis en eetstoornissen.
Daarnaast biedt hoogbegaafdheid in beginsel geen bescherming tegen psychiatrische problematiek. Dit betekent dat het hele scala aan psychiatrische diagnoses zoals we die binnen de psychiatrie gewend zijn te onderzoeken en behandelen kan vóórkomen bij een hoogbegaafde (‘dubbeldiagnose’). Hoogbegaafdheid kan problematiek wel deels maskeren, waardoor bijvoorbeeld ADHD of een leerstoornis minder opvalt vanwege nog redelijk gemiddelde schoolprestaties. Ook kan de bestaande psychiatrische problematiek bij een patiënt zo ernstig zijn dat diens hoogbegaafde intelligentieniveau niet wordt herkend.

Specifieke kennis over hoogbegaafdheid in de psychiatrie is daarom van groot belang. De hulpverlener kan zodoende signaleren of er sprake is van hoogbegaafdheid en de psychiatrische diagnostiek bij hoogbegaafden verbeteren, zodat misdiagnoses worden beperkt. Vervolgens kan de psychiatrische behandeling gerichter en aangepast worden ingezet, naast psychoeducatie over hoogbegaafdheid, waardoor de klachten in grotere mate kunnen verminderen en het welbevinden van de patiënt wordt vergroot.

Bronnen:

‘Misdiagnose en dubbeldiagnose bij hoogbegaafdheid; onderscheid en overlap met bijkomende (psychische) problematiek’, J.T. Webb e.a., 2020

‘Hoogbegaafd – Als je kind (g)een Einstein is’, T. Kieboom, 2015

‘The gifted brain revealed unraveling the neuroscience of the bright experience’, N. Tetreault & M. Zakreski, 2020

‘Hoogbegaafdheid plus AutismeSpectrumStoornissen (HB+ASS): een verwarrende combinatie (1)’, A. Burger-Veltmeijer, 2006

Word donateur!

Het Kennisnetwerk kent deelnemende instellingen en donateurs.

Met het opzetten en uitbouwen van dit kennisnetwerk zijn verschillende kosten gemoeid. Daarnaast willen we investeren in het specifiek aanbod binnen deze website en in wetenschappelijk onderzoek naar psychiatrie en hoogbegaafdheid.

Wilt u dit kennisnetwerk financiëel steunen, dan kunt u dit kenbaar maken via info@kennisnetwerkphb.nl.