Adolescente met ADD, dyslexie en somberheid

Een 14-jarig meisje met ADD en dyslexie wordt besproken in het multidisciplinaire team van de polikliniek. Naast de ADD klachten, waarvan ze zowel in haar vele hobby’s als in haar schoolwerk last heeft, maar die redelijk behandeld kunnen worden met medicatie, kampt ze al twee jaar met somberheidsklachten. Voor dit laatste is er al het een en ander aan therapie geprobeerd. Ze heeft cognitieve gedragstherapie gevolgd bij twee verschillende behandelaren en daarnaast creatieve therapie. De therapieën lopen steeds op niets uit. Ze begint er met goede moed mee, maar al snel klaagt ze dat de klik er niet is met de therapeut of dat het niet helpt. De cognitieve therapie noemt ze ‘een trucje’.

Tijdens het multidisciplinaire overleg wordt afgesproken om het meisje nog één keer te zien voor een gesprek. Als ze geen motivatie voor behandeling heeft zal het contact op de polikliniek worden afgesloten, de medicatiecontroles kunnen bij de huisarts worden voortgezet.

Op de polikliniek zien we een kleurrijk gekleed 14-jarig meisje, dat na enige terughoudendheid vanwege weer een nieuwe hulpverlener uitgebreid vertelt. Ze heeft inderdaad nog steeds last van somberheid, al is het niet continu aanwezig. Ze zit nu in 2 HAVO en het leren gaat redelijk dankzij de medicatie. Haar moeder helpt haar met het voorlezen van haar huiswerk vanwege de dyslexie. Op school heeft ze het echter niet naar haar zin. Ze vindt haar klasgenoten oppervlakkig en het lukt haar niet om zich te mengen in de gesprekken. Eigenlijk wil ze ook niet praten over kleding en verliefdheid, maar voor andere dingen lijken haar klasgenoten zich niet te interesseren. Ook wat betreft humor past ze niet in de groep. Ze voelt zich op school vaak alleen en de leerstof vindt ze nutteloos. Ze ziet niet hoe ze die dingen later nodig zal hebben. De creatieve vakken vindt ze wel leuk en met die docenten heeft ze ook een goede band. Haar docent godsdienst heeft haar een boek over filosofie geleend, dat vindt ze erg interessant. Thuis is ze graag bezig met zichzelf nieuwe muziekinstrumenten te leren bespelen, schilderen, boetseren en veel lezen. Ze heeft een beste vriendin van de basisschool, maar zij kon erg goed leren en is naar het VWO gegaan.
Als ze somber is denkt ze aan problemen in de wereld, ze maakt zich veel zorgen om het milieu en over ongelijkheid. Ze vraagt zich af wat ze met haar leven aan moet en hoe ze in haar eentje iets goeds kan doen in de wereld. Soms kan ze hierover met haar moeder praten, of met haar beste vriendin, maar haar klasgenoten vinden haar maar raar als ze hierover praat. Soms vraagt ze zich af of er nog iets anders mis met haar is dan alleen ADD. Zo anders voelt ze zich dan anderen. Ook daar maakt ze zich zorgen om. Ze vraagt zich af wat het leven voor zin heeft als ze zich voor altijd zo eenzaam en nutteloos zal voelen.

Tijdens het gesprek zien we een meisje dat zich goed kan verwoorden. Ze maakt goed contact, er is sprake van wederkerigheid en van contactgroei. Bij het spreken over zich ‘anders voelen’ is ze geëmotioneerd. Haar stemming maakt niet een uitgesproken sombere indruk en het affect wisselt invoelbaar. Als ze vertelt over haar hobby’s straalt ze en vertelt ze snel en associatief. Ze heeft duidelijk veel kennis over dingen die haar interesseren.

In de ontwikkelingsanamnese is te lezen dat de ontwikkelingsmijlpalen erg vroeg werden behaald en dat ze op kleuterleeftijd veel vragen stelde over onderwerpen als de dood, vriendschap, het heelal.

Gezien haar brede interesses, haar levensvragen en de lastige match met hulpverleners en leeftijdsgenootjes ondanks goede contactvaardigheden wordt een intelligentieonderzoek aangevraagd. De uitslag is een totaal IQ van 140, met een duidelijk lagere verwerkingssnelheid (102).

Concluderend is er hier sprake van een hoogbegaafd meisje, wat tot nu toe niet is herkend. Zij heeft geen extra uitdagend werk gekregen op de basisschool en zit nu op de HAVO. Haar ADD en dyslexie hebben gemaakt dat zij niet op haar denkniveau kan presteren. Er is sprake van een dubbel bijzonder meisje, bij wie zowel psychiatrie als hoogbegaafdheid speelt.
De somberheidsklachten zijn goed te begrijpen vanuit het zich anders voelen, in een omgeving met onvoldoende gelijkgestemden. Ze weet zich geen raad met haar levensvragen, die ze niet kan delen met anderen.

Om haar beter te kunnen helpen krijgen zij en haar ouders uitleg over hoogbegaafdheid, gaan we met school overleggen om te kijken of ze in elk geval een aantal vakken met meer uitdaging/op hoger niveau kan doen en brengen we haar in contact met andere hoogbegaafde jongeren. Mocht er nog behoefte zijn aan individuele therapie dan zullen we een therapeut zoeken met affiniteit met hoogbegaafdheid, waarbij er aangesloten zal moeten worden bij haar voor haar leeftijd hoge morele ontwikkeling en haar levensvragen.

Word donateur!

Het LKPHB is een stichting en kent deelnemende instellingen en donateurs.

Met het opzetten en uitbouwen van dit kennisnetwerk zijn verschillende kosten gemoeid. Daarnaast willen we investeren in het specifieke (kennis)aanbod op deze website en in wetenschappelijk onderzoek naar psychiatrie en hoogbegaafdheid. Alle verdiensten komen enkel ten goede aan de missie van de stichting. Het kennisnetwerk beschikt over een ANBI-status.

Wilt u dit kennisnetwerk financiëel steunen, dan kunt u dit kenbaar maken via info@kennisnetwerkphb.nl.


Ook kunt u direct uw donatie overmaken op
IBAN-nummer NL09 RABO 0368 2272 19 ten name van Stichting Landelijk Kennisnetwerk Psychiatrie en Hoogbegaafdheid